Formulier van wederopneming des afgesnedenen in de gemeente van Christus
Om nu tot de voorgenomen handeling te
komen, zo vraag ik u, N.:
Of gij voor God en Zijn gemeente alhier
van ganser harte verklaart dat gij oprecht berouw hebt van de zonde
en hardnekkigheid om welke gij rechtvaardiglijk van de gemeente
afgesneden zijt geweest; of gij ook waarachtiglijk gelooft dat u de
Heere uw zonden vergeven heeft en vergeeft om Christus? wil, en
mitsdien begeert tot de gemeente van Christus alhier weder opgenomen
te worden, belovende van nu voortaan u in alle godzaligheid te
gedragen naar het gebod des Heeren?
Antwoord: Ja ik.
Hierop zal de dienaar verder aldus
spreken:
Wij dan, alhier vergaderd in den Naam en
de macht des Heeren Christus, verklaren u, N., ontbonden te zijn van
de banden der afsnijding; ontvangen u wederom in de gemeente des
Heeren; en verkondigen u dat gij staat in de gemeenschap van
Christus, van de heilige sacramenten, en van alle geestelijke
zegeningen en weldaden Gods, die Hij aan Zijn gemeente belooft en
bewijst; waarin u de eeuwige God tot het einde toe behouden wil door
Zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus.
Amen.
Zo wees dan verzekerd, mijn lieve
broeder, in uw hart, dat u de Heere heeft opgenomen in genade; wees
naarstig om u voortaan te wachten voor de listigheid des satans en
de boosheid der wereld, teneinde gij niet weder vervalt in de zonde;
heb Christus zeer lief, want u zijn vele zonden vergeven.
En gij, geliefde Christenen, ontvangt
dezen uw broeder met toegenegenheid des harten; zijt vrolijk, dat
hij dood was en weder levend is geworden, verloren was en gevonden
is; verheugt u met de engelen des hemels over dezen zondaar, die
zich bekeert; houdt hem niet langer voor een die vreemd is, maar
voor een medeburger der heiligen en huisgenoot Gods.
En alzo wij niets goeds kunnen hebben
van onszelven, zo laat ons, den Heere almachtig lovende en dankende,
Hem om Zijn genade aldus aanroepen:
Goedertieren God en Vader, wij danken U
door Jezus Christus, dat Gij dezen onzen medebroeder bekering hebt
gegeven ten leven, en ons oorzaak verleent om in zijn wederkering
verheugd te zijn. Wij bidden U, bewijs Hem Uw genade, om van de
vergeving zijner zonden meer en meer verzekerd te zijn in zijn
gemoed, en daaruit te scheppen een onuitsprekelijke blijdschap en
lust om U te dienen. En gelijkerwijs hij tevoren vele mensen heeft
geërgerd door zijn zonde, wil hem alzo wederom verlenen, vele mensen
door zijn bekering te stichten. Geef hem tot het einde toe
volstandiglijk te wandelen in Uw wegen; en laat ons leren uit dit
voorbeeld, dat bij U is genade, opdat Gij gevreesd wordt; teneinde
wij, hem houdende voor onzen medebroeder en mede-erfgenaam des
eeuwigen levens, U tezamen mogen dienen met een kinderlijke vreze en
gehoorzaamheid al de dagen onzes levens, door onzen Heere Jezus
Christus; in Wiens Naam wij ons gebed besluiten:
Onze Vader, Die in den hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel,
alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook
wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar
verlos ons van den boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht
en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.