Gebed voor kranke en aangevochten mensen
GEBED VOOR KRANKE EN AANGEVOCHTEN MENSEN
Eeuwige, barmhartige God en Vader, Die de eeuwige Zaligheid zijt der levenden, en het eeuwig Leven der stervenden; naardien Gij dood en leven alleen in Uw hand hebt, en zonder ophouden alzo voor ons zorgt, dat noch gezondheid, noch krankheid, noch enig goed of kwaad, ons kan overkomen, ja, geen haar van ons hoofd vallen, zonder Uw wil, en dat Gij ook voor Uw gelovigen alle dingen te hunnen beste keert; wij bidden U, verleen ons de genade Uws Heiligen Geestes, dat Hij ons lere onze ellendigheid recht te erkennen, en geduldig Uw kastijdingen te verdragen, die wij tienduizendmaal groter verdiend hebben. Wij weten dat zij ons niet zijn tekenen van Uw toorn, maar van Uw Vaderlijke liefde jegens ons, opdat wij met de wereld niet veroordeeld worden. Vermeerder, o Heere, ons geloof, door Uw Heiligen Geest, opdat wij Christus hoe langer hoe meer ingelijfd worden, als lidmaten hun geestelijk Hoofd, Wien Gij ons in lijden en heerlijkheid gelijk maken wilt. Verlicht het kruis, naar hetgeen onze zwakheid verdragen kan. Wij onderwerpen ons ganselijk aan Uw wil, hetzij dat Gij onze zielen langer in dezen tabernakel wilt laten, of tot U in het eeuwige leven nemen; overmits wij Christus' eigen zijn, en daarom niet kunnen vergaan. Wij willen gaarne dit zwakke vlees verlaten in hope der zalige opstanding, waar ons datzelve veel heerlijker zal wedergegeven worden. Geef ons te gevoelen den zaligen troost van de vergeving der zonden, en van de rechtvaardigmaking van Christus, opdat wij met dat schild al satans aanvechtingen overwinnen. Laat Zijn onschuldig bloed de vlek en onreinheid onzer zonden uitwissen, en Zijn gerechtigheid onze ongerechtigheid verantwoorden voor Uw laatste oordeel. Wapen ons met geloof en hoop, opdat wij niet te schande worden door enigen schrik des doods; en als onze lichamelijke ogen duister worden, dat alsdan de ogen des geestes op U zien. En als Gij ons het gebruik der tong benomen zult hebben, dat alsdan het hart niet ophoude U aan te roepen. O Heere, wij bevelen onze zielen in Uw handen; wil ons in onzen laatsten nood niet verlaten, en dat om Jezus Christus' wil alleen, Die ons alzo heeft leren bidden:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.
Amen
.
OF ALDUS:
O almachtige, eeuwige en rechtvaardige God, en barmhartige Vader, Gij Die een Heere des doods en des levens zijt, zonder Wiens wil niets geschiedt, noch in den hemel, noch op de aarde; hoewel wij niet waardig zijn Uw Naam aan te roepen, noch te hopen dat Gij ons zult verhoren, als wij aanzien hoe wij tot nog toe onzen tijd doorgebracht hebben; wij bidden U dat Gij naar Uw barmhartigheid ons wilt aanzien in het aangezicht van Jezus Christus, Die al onze zwakheden op Zich genomen heeft. Wij bekennen dat er niets in ons is, dan genegenheid tot het boze, en onbekwaamheid tot enig goed; waarom wij ook deze straf, ja, nog veel meerder verdiend hebben. Maar, Heere, Gij weet dat wij Uw volk, en Gij onze God zijt; wij hebben tot niemand toevlucht, dan alleen tot Uw barmhartigheid, die Gij nooit iemand geweigerd hebt die zich tot U bekeerd heeft. Dies bidden wij dat Gij ons onze zonden niet wilt toerekenen, maar reken ons toe de wijsheid, gerechtigheid en heiligheid van Jezus Christus, opdat wij in Hem voor U bestaan mogen. Verlos ons om Zijnentwil uit dit lijden, opdat de bozen niet denken dat Gij ons verlaten hebt. En zo het U belieft, ons langer alzo te oefenen, zo geef ons geduld en sterkte, zulks alles naar Uw wil te dragen, en laat het ons alles naar Uw wijsheid ten beste komen. Kastijd ons liever hier, dan dat wij hierna met de wereld zouden moeten verloren gaan. Geef ons dat wij dezer wereld en al wat aards is, mogen afsterven, opdat wij dagelijks naar het evenbeeld van Jezus Christus meer en meer vernieuwd worden. Laat ons door geen ding van Uw liefde gescheiden worden; maar trek ons dagelijks meer en meer tot U, opdat wij het einddoel onzer roeping met vreugde aanvaarden mogen, hetwelk is met Christus te sterven, te verrijzen, en in eeuwigheid te leven. Wij geloven ook, dat Gij ons verhoren zult door Jezus Christus, Die ons aldus heeft leren bidden:
Onze Vader, Die in de hemelen zijt,
Uw Naam worde geheiligd.
Uw Koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van den boze.
Want Uw is het Koninkrijk en de kracht en de heerlijkheid, in der eeuwigheid.
Sterk ons ook in het rechte geloof, hetwelk wij van harte en met den mond belijden:
Ik geloof in God den Vader, den Almachtige, Schepper des hemels en der aarde.
En in Jezus Christus, Zijn eniggeboren Zoon, onzen Heere; Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de maagd Maria; Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruisigd, gestorven en begraven, nedergedaald ter helle; ten derden dage wederom opgestaan van de doden; opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods des almachtigen Vaders; vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden.
Ik geloof in den Heiligen Geest. Ik geloof een heilige, algemene Christelijke Kerk, de gemeenschap der heiligen; vergeving der zonden; wederopstanding des vleses; en een eeuwig leven.
Amen.